Vol is vol

april 20, 2010 – 19:50

Vol is vol

Lokatie: Vilt (Nederland) Lengte rit: 158,5 Kilometer Hoogtemeters: 2158
Tijd: 06 uur, 32 minuten Gemiddelde: 23,8 Km/p/u Beeld: 15:05

Met 12.000 stonden we afgelopen zaterdag aan de start. De één in een nog afzichtelijker en kleurrijker pak dan de ander. Het leek wel een bonte stoet lollies op een steeltje van staal, aluminium of carbon. En dat we – ja ik zat er ook bij, maar dan met een fatsoenlijk effen pak – met zo velen waren, is nu volgens sommigen het probleem. Zoals Geert vindt dat Nederland een beetje vol is, zo is Zuid-Limburg overvol. Volgens sommige lieden althans. Om iets specifieker te zijn: bomvol… met recreanten. De haat richt zich in het speciaal op alles wat zich voortbeweegt middels een circulaire trapbeweging.

Er zijn steeds meer geluiden dat het (race)fietsen hier in Zuid-Limburg maar eens aan banden gelegd moet worden. En dat is nou precies wat ik niet kan begrijpen. Kijk, ik snap best dat de lokale bevolking een hekel heeft aan weer zo’n nep-‘Sammy Sanchez’ die de berg af komt stuiven. Wat ik niet begrijp, is dat men aan de ene kant met veel pijn en moeite probeert mensen van buiten de provincie hierheen te lokken door ze te wijzen op leuke banen en een prettige leefomgeving. Terwijl aan de andere kant meteen afbreuk wordt gedaan aan die verwoede pogingen om Zuid-Limburg in een goed daglicht te zetten door in allerlei media een anti-recreatie-offensief te beginnen. Nou, daar ga je dan met je dure ‘branding’ campagne. En dat is, naar mijn bescheiden mening, best een probleem.

Nu vraagt menig lezer zich nu natuurlijk af ‘hoe komt hij hier nu weer bij’? Wel nu, ik vertrok dus zaterdagochtend in alle vroegte voor mijn 150 kilometer Amstel Gold Race. Na een tijdje met mijn nieuwe Friese vriend te hebben rondgetrapt, kwam ik zowaar een weer een nieuwe ‘vriend’ tegen. Een echte Achterhoeker. Op het moment dat ik de Hulsberg tergend langzaam opkroop omdat de kramp elke spier, mijn benen had overgenomen, kwam ik naast hem te fietsen. ‘So man, ‘t is hier echt onmeunig mooi’, zei hij met zwaar Achterhoekse tongval. ‘Leukn mensen, lekker eetn, genoeg bier en mooin pukkels om over heen te harkn.’ Hij zou hier best willen wonen. Als hij een baan kon vinden, zou hij het zo doen! ‘Maar ja’, zei hij, ‘ik heb gelezen dat je hier straks niet meer mag fietsen, dus helaas!?’ Hier raakte hij dus exact het probleem waar ik het eerder over had.

Stel, dat mijn zoon over 18 jaar zegt: ‘Papa, ik wil in Leiden gaan studeren’. Dat ik hem zou moeten vertellen dat dat niet meer gaat omdat Leiden genoeg heeft van lallende dronken studentjes. ‘Jammer Liewe maar Leiden heeft het studeren aan banden gelegd.’ Dat zou toch het zelfde zijn als een offensief tegen de drukte in het Limburgse heuvelland. In mijn vak als merkstrateeg/artdirector zouden we dan zeggen ‘je haalt de bevestigende waarden onder het merk vandaan.’ In Leiden horen studenten, die door de brievenbus je ochtendkrant nat gepiest hebben, er gewoon bij. Dat is een vaste waarde in het merk Leiden. Dat is wat Leiden maakt tot een levendige stad van kennis en cultuur. Het zelfde geldt voor het heuvelland. Als merk hoeft Zuid-Limburg niet te vertellen dat je hier lekker kunt eten of dat hier genoeg ruimte is om te recreëren. Dat is er gewoon, dat is een vaste waarde. Het enige waar het merk Zuid-Limburg op moet wijzen, is op de eerste levensbehoefte van een hoger opgeleide. Oftewel: werk! Maar als mensen schrijven of roepen dat het hier vol is, dan wordt aan de fundamenten van het merk gerammeld. En dat is precies wat mijn nieuwe vrind in de media had opgevangen.

Het was beter geweest als achter de finish op de Cauberg – naast de bevallige Amstelmeisjes – een Zuid-Limburg-promotieteam had gestaan. Pakje flyers met beschikbare banen in de ene hand en pakje woningen in de andere. Deze regio loopt namelijk langzaam maar zeker leeg. Een beetje vers bloed zou dus meer dan welkom zijn. Maar ja, er zijn mensen die dat niet (willen) begrijpen. Die zien het liefst dat Zuid-Limburg weer lekker rustig wordt, zoals het 100 jaar geleden was. Niks geen keverclubjes, wandelende fleecetruien met stokken of Solexmeetings en al helemaal geen mafkezen die zich vrijwillig met 70 aan het uur van een heuvel afstorten.

O ja… Nog een knap staaltje ‘branding’ voor de regio dit weekend. Alcoholcontrole op alle bestuurders van de Pro-tour karavaan vlak voor de start van de Amstel Gold Race. Nee, dan ben je slim bezig als je het over communicatie hebt!


  1. 4 Responses to “Vol is vol”

  2. By Rick Phillips on apr 20, 2010 | Reply

    A friend of mine just emailed me one of your articles from a while back. I read that one a few more. Really enjoy your blog. Thanks

  3. By PaulB on apr 21, 2010 | Reply

    Leuk en gevat artikel. Alleen het aanbod aan banen in (Z) Limburg is echt niet zo groot hoor…

  4. By Corniel on apr 21, 2010 | Reply

    Er kan in Leiden ook goed gekoerst worden. Zeg dat ook maar tegen Liewe. (En bier is er nog steeds genoeg, net als hokeymeisjes, mocht ie daarvan houden…)

  5. By Bruco on apr 23, 2010 | Reply

    Leiden is een ijzersterk merk. We hebben slechts één Bult, maar die is legendarisch. Limburg zou z’n ‘wielercultuur’ misschien ook wat meer mogen koesteren. Al vond ik die AGR (al in 2007) ook wel erg overbevolkt…

Post a Comment