Horde lopen

juli 25, 2010 – 16:18

Horde lopen

Lokatie: ’t Rooth (Gem. Margraten) Lengte rit: 110,46 Hoogtemeters: 482
Tijd: 04 uur, 07 minuten Gemiddelde: 26.8 Km/p/u Beeld: 11:58

Soms lijken hordes hoger dan ze in werkelijkheid zijn. Vaak zijn de eerste ook de moeilijkste om te nemen. Hoe verder je komt, hoe beter je in je ritme zit, hoe makkelijker de hordes lijken te worden. Het bewijs werd daarvoor deze week eens te meer geleverd.

De afgelopen tijd ben ik behoorlijk druk geweest met de strategie en creatie voor een uitdagende klus bij een van de Sabic business-units. Interviews in Italië, Zwitserland en Frankrijk werden afgenomen. Concurrentie werd onder de loep genomen, eigen werknemers en business-partners werd naar hun visie gevraagd. Een aantal tussentijdse presentaties brachten steeds meer duidelijkheid over de te volgen marsroute. En er was de onvermijdelijke struikeling over een horde die boven de andere uitstak. Na de struikeling waren we weer opgekrabbeld, de brokken bij elkaar geraapt en overtuigd van onze te volgen koers weer aan de slag gegaan. Strontnerveus maar met heel veel energie zaten Marcel en ik in de auto naar het prachtig glimmende hoofdkantoor in Sittard. We hadden samen met Miranda de afgelopen tijd hard gewerkt aan de creatieve vertaling van onze strategie. En daar zaten we dan. Powerpoint presentatie werd gestart en per presentatiepaneel werd men enthousiaster. Natuurlijk geeft het je een ’boost’ als je lekker in het ritme zit. Zeker als je merkt dat de mensen aan tafel zien dat het werk van de afgelopen tijd, inclusief struikeling zijn absolute meerwaarde heeft.

Misschien heeft het bij Liewe ook wel zo moeten lopen. Moeilijke start, paar keer struikelen, opkrabbelen, ritme vinden en dan versnellen om de concurrentie in te lopen. Marjolein en ik zaten na onze vakantie voor het eerst samen bij het consultatiebureau. Normaliter doet Marjolein dit soort klusjes. Ik heb namelijk niet zo veel geduld en heb de neiging om mensen die domme vragen stellen te beantwoorden met, cynisch bedoelde, nog dommere antwoorden. En ja hoor, daar zat ie dan. De grootste oetlul die ik in tijden had ontmoet.

Zijn eerste vraag was ”en hoe vinden papa en mama het zo?” Wat? Vroegen Marjolein en ik in koor. ”Nou… hoe vinden jullie het om de papa en mama van Liewe te zijn?” Het lag op het puntje van m’n tong om op cynische toon te zeggen dat ’het baasje’ onwijs lastig is, we chronisch vermoeid zijn en dat Liewe ons het leven zo goed als onmogelijk maakt. Marjolein zag het in mijn ogen, schopte me onder tafel tegen de schenen en zei tegen de geitenwollesokkenbreier aan de overkant ”leuk natuurlijk, het is een geweldig mannetje.” Tja, bij elk ander, als grap bedoeld antwoord, krijg je meteen de kinderbescherming aan de deur. Maar goed, de volgende vraag kwam er aan. Laat ’m eens zitten. ’Hij wil niet zitten, hij wil alleen maar staan en lopen’, zeg ik tegen meneer pannenkoek. ’Dat kan niet’ antwoord hij. De arts pakt Liewe vast om ’m te laten zitten. Liewe strekt zijn beentjes zodat ie kan gaan staan en maakt loopbewegingen. Na dit twaalf keer geprobeerd te hebben, geeft de arts het op en zegt verzucht. ’Tsja; het lijkt erop dat ie alleen wil staan?!’ Na ’n half uurtje verlaten we het kantoortje van de natte krant die zichzelf arts mag noemen. Uitslag van dit bezoekje; na een paar lastige hordes heeft Liewe het ritme te pakken en neemt zelfs ’n kleine voorsprong op de concurrentie.

In tegenstelling tot bovengenoemde hordes lag er op de te fietsen route van vandaag geen enkel obstakel. Martijn had een route richting Genk uitgetekend. De route was, op een enkele verkeersdrempel na, zo plat als ’n ouderwets dubbeltje. Wel mooi, door de bossen van Zutendaal, maar ik hou wel van ’n klimmetje hier en daar. Dus vanaf het moment dat Martijn en ik elkaar gedag hadden gezegd ben ik nog maar een klein tijdritje gaan rijden. Gewoon nog even een half uurtje tegen het maximale aan, lekker raggen. Nou is mijn tijdrit niet zo goed als die van Cancellara maar ach; ik rijd ook geen Tour én ik heb ook geen brommertje in mijn fiets zitten. Na die bijna honderd platte kilometers was ik wel toe aan een hindernis. De dichtstbijzijnde was de Bemelerberg. Ik had mezelf een missie gegeven. Ergens moest het nog even pijn doen, ergens nog ’t gevoel dat er een horde te nemen was. Dus op de grote plaat naar boven en niet onder de eenentwintig. Zo gezegd zo gedaan. De Bemelerberg deed echter geen pijn, ik rolde het asfalt gewoon op. Tenminste zo voelde het dan toch. Maar op het volgende klimmetje vanuit ’t Rooth naar Cadier en Keer probeerde ik weer op de grote plaat naar boven te jakkeren. Hier deden de kuiten pijn, dit was een lekkere afsluiter van vandaag. Nu lekker uitbollen, berg af, naar de warme douche. Heerlijk, een horde op zijn tijd.

Tags: , , , , , , , , ,


Post a Comment