Opvangbakjes

september 12, 2010 – 13:24

Opvangbakjes

Lokatie: Entraunes (Frankrijk) Lengte rit: 81,7 Hoogtemeters: 2521
Tijd: 04 uur, 09 minuten Gemiddelde: 19,8 Km/h Beeld: 14:23

Misschien ken je ze wel. Het zijn spuuglelijke dingen. Handig zijn ze wel! Waar ik het over heb zijn van die slabbetjes voor baby’s waar een opvangbakje aan vastzit. Zo’n lelijk plastic ding dat je bij de kleine om z’n nek hangt als ie moet eten. Morst de kleine het één en ander? Geen ramp, het ligt in het bakje. Je schept het eruit en stopt het weer in het snaveltje of je bewaart het voor ’n volgend maaltje.

Liewe heeft sinds kort ook zo’n ding. De eerste keer dat ik er eentje zag, was bij z’n nichtje Fenna. Toen dacht ik nog: ’wat is dat voor ’n debiel ding? Dat hang je je kind toch niet om? Da’s iets voor de Josti-band; toch niet voor je bloedeigen kind. Da kan toch nie!’ Maar ja… daar zat ik dan, op het terras van ons ruim bemeten chalet op de camping van mijn broer in het Zuid-Franse Castellane, Liewe eten te geven. Met zo’n achterlijk bakje om z’n nek. Die kleine smurf van ons eet tegenwoordig als of z’n leven er vanaf hangt. En dus valt er wel eens wat naast. Dat ligt dan lekker handig in z’n bakkie, te wachten om er weer uitgelepeld te worden.

Voor mezelf vorige week had ik ’n menu met drie cols van de buitencategorie samengesteld. Dat wil zeggen, het stond op de kaart. 125 kilometer en 3300 hoogtemeters, verdeeld over drie gangen. Col des Champs, Col de Cayolle en Col de Allos. Mijn vader – als ’ploegleider’ – en ik begonnen aan het voorgerecht. Vanuit Colmars werden, over een veredeld geitenpad, in 12 kilometers ruim 840 hoogtemeters overwonnen. Dit bleek een pittige maar niet te versmaden eerste gang. De klim was onregelmatig, soms erg steil, maar zeker goed te doen. De afdaling was bonkig maar prachtig. En schrokken de marmotten nu van mijn rode wapperende windjack? Nee, ze doken weg omdat er iemand van de familie Kuijl als ’n volleerd rallycoureur naar beneden kwam gejakkerd. Bij elke haarspeldbocht die ik naderde, hoorde ik mijn vaders auto eerst afremmen op de motor, dan werd met veel herrie en gepiep het anker uit het raam geflikkerd om zo op tijd afgeremd te zijn om de bocht te halen en vervolgens vol gas naar de volgende bocht te stuiven. Alles in een poging om eerder beneden te zijn dan z’n zoon op z’n witte racefietske. De ploegleiderswagen moet immers altijd dicht in de buurt van de ’ontsnapte renner’ blijven.

We genoten – net als vorig jaar op de Ventoux – beiden van de geweldige ’plate du jour’. Ik op de fiets, hij in de ’volgwagen’. Mijn pa is er een van weinig woorden. Maar als ie ergens van geniet, dan zie je het aan z’n houding, loopt ie met ’n hupje en heeft ie ’n constante een grijns op z’n gezicht. Bergen vindt ie fascinerend en als hij vroeger geen succesvol zakenman was geworden, dan was ie wel taxichauffeur geweest. Als hoofdgerecht stond ons Col de Cayolle te wachten. De 20 kilometer klimmen naar de 2350 meter hoge top begon makkelijk. De benen waren goed vandaag. Ik moest me echt rustig houden. Ik had het profiel nog in m’n achterhoofd en wist dat het bovenin nog wel lastig kon worden, met hele stroken van 10% en meer. De vele haarspeldbochten kropen vanuit het dal omhoog zoals heerlijke Tagliatelle uit een mooi bordje goudeerlijke Italiaanse pasta. Boven op de top hagelde het. Even verderop viel zelfs sneeuw, of was dit de Parmezaan die mijn bord haarspeldjes van een extra dimensie kwam voorzien? Mijn vader gaf me m’n jasje en helm weer aan: ’Wie ’t eerst beneden is!’

Na ruim 80 kilometer, net voor wat de laatste en derde klim (Col de Allos) van de dag had moeten worden, kneep ik in de remmen. Mijn benen waren nog lang niet moe maar de tijd begon te dringen. ’Vaders, dit toetje is voor de volgende keer’, zei ik. ’Hoezo?!’ zei hij, ‘deze rij je toch ook nog wel even op?’ Tjsa, eigenlijk was dat wel de bedoeling. Maar goed, ik was hier niet alleen. Het was al half zes in de middag en we moesten nog terug naar de camping. Er bleef nog wat liggen in het slabbetje. De ’Allos’ fiets ik volgend jaar wel op. En als Bob er dan wel bij is en we niet te veel morsen, dan pakken we Cime de la Bonette ook nog even mee!

Eenmaal onder onze zéér riante douche – met de kraan in m’n hol en m’n wang tegen de glazen deur – bedacht ik me dat het op kantoor ook wel eens een goed idee zou zijn om het ’opvangslabbetje’ te introduceren. Nu blijven goede ideeën die het net niet haalden of gemaakt werk voor verloren pitches te vaak ergens onder in de vriezer liggen. Beter zou het zijn om, na ze gemorst te hebben, het bakje leeg te schrapen en ze opnieuw ergens als sterrengerecht op te dienen.

In de aanbieding!
Gebiedspromotieconcept voor een aan het water gelegen, te ontwikkelen woonwijk.
Wie schept ’m uit het bakje?

Tags: , , , , , , ,